1932, maart 9 Schiedam Gereformeerde Julianakerk

1931:
Opdracht voor het bouwen door Standaart is verstrekt.


Bericht uit: Algemeen-Handelsblad-25-07-1931


Het Vaderland 25-07-1931


Ansichtkaart


Nieuwe Leidsche Courant | 21 juli 1931 | pagina 5 (5/10)

1932: Nieuwbouw door A. Standaart. Bestek en dispositie van den Heer W. A. Houtman te Schiedam, organist der kerk. Frontontwerp van den Heer A. v. d. Kraan, architect te Rotterdam.
De welbekende orgelfabrikante, de N.V. Standaart’s Orgelfabrieken te Schiedam ontving, na inschrijving door een vijftal orgelbouwers, als laagste inschrijfster, de opdracht het orgel voor de nieuwe kerk te maken, terwijl ondergeteekende (W.A. Houtman [GJP]) , adviseur der Commissie van Beheer, met het toezicht op de uitvoering van het bestek werd belast.
Op royale wijze is door de N.V. Standaart aan alle bestekvoorwaarden voldaan en een instrument afgeleverd, dat geroemd kan worden, zoowel wat betreft afwerking als intonatie.
Reeds bij de kerkbouwplannen werd door de bouwcommissie rekening gehouden met een behoorlijke plaatsruimte voor een orgel, zoodat windladen, pijpwerken enz. ruim opgesteld konden worden.
De dispositie, verdeeld over drie klavieren en vrij pedaal is als volgt: (01)

Manuaal I (C - a''')
Manuaal II (C - a''')
in zwelkast
Manuaal III (C - a''')
in zwelkast
Pedaal (C - f') Koppelingen en nevenregisters
1. Prestant 16’ 14. Bourdon 8' 25. Flüte harmonique 8' 34. Prestant (transm. No. 1)16' 45. Pedaal - I
2. Bourdon (transm. No. 14) 16’ 15. Vioól prestant 8' 26. Quintadena 8' 35. Contrabas 16' 46. Pedaal - II
3. Prestant 8’ 16. Holpijp 8' 27. Aeoline 8' 36. Subbas 16' 47.Pedaal - III
4. Roerfluit 8’ 17. Viola 8' 28. Voix celeste 8' 37. Echobas (transm. No. 14) 16’ 48. Super-Octaaf
5. Salicionaal S’ 18. Unda maris 8' 29. Salicet4' 38. Gedektbas (transm. No. 16) 8’ 49. Koppel I - II
6. Gemshoorn 8' 19. Open fluit 4' 30. Flüte dolce 4'' 39. Octaafbas 8’ 50. Koppel I - III
7. Fluit gedekt 4’ 20. Nazard 2 2/3' 31. Flageolet 2' 40. Cello 8’ 51. Koppel II - III
8. Octaaf 4’ 21. Piccolo 2' 32. Basson Hobo 8' 41. Koraalbas 4’ 52. Koppel 1 - II Super
9. Octaaf 2’ 22. Terts 1 3/5' 33. Tremulant. 42. Bazuin 16’ 53. Koppel I - II Sub
10. Mixtuur 3-4 sterk 23. Clarinet 8'   43. Trombone 8’ 54. Super I
11. Cornet 3-4-5 „ 24. Tremulant   44. Resultantbas 32’ 55. Koppel II - III Super
12. Trompet 8’       56. Koppel II - III Sub
13. Tremulant       57. Manuaal II Super
        58. Manuaal II Sub
        59. Manuaal III Super
        60. Manuaal III Sub
        Vaste Combinaties.
        61. Pianissimo.
        62. Piano.
        63. Mezzo forto.
        64. Forto.
        65. Fortissimo.
        66. Tutti.
        67. Aflosser.
        68. Vrije registercombinatie.
        69. Automatische pedaalomschakeling II en III.
        70. Generaalcrescendo (rol).
        71. Tongwerken af.
        72. Basculetrede II.
        73. Basculetrede III.

Systeem: Electrisch-pneumatisch.
Alles te zamen dus 36 registers plus 5 transmissieregisters, die aan de electrische speeltafel bediend worden met 60 register wippers en evenzooveel knopjes voor vrije combinatie, aan weerszijden van de klavieren aangebracht.
Alle onderdeelen van het orgel zijn in de werkplaatsen van de Standaartfabrieken te Schiedam vervaardigd, uitgenomen de klavieren en tongstemmen. welke van speciaalfabrieken betrokken werden.
Het metalen pijpwerk, dat belangrijk zwaarder is gemaakt dan men gewoonlijk aantreft, werd in de eigen pijpengieterij der firma gegoten en heeft een gehalte van 45 % tin.
Voor enkele registers en het front een hooger percentage tin, terwijl voor het houten pijpwerk eerste soort „Oregonpine” werd verwerkt. Het gebruik van zink is vermeden.
De windladen zijn van prima Slavonisch eikenhout gemaakt, ook inwendig, pijp- stokken en pijproosters van mahonie.
De fraaie speeltafel van eikenhout, met gepolitoerd pallissander binnen-afwerking en ivoren klavierbeleg. staat los van de orgelkast en is verplaatsbaar. Een groote magazijnbalg met drie regulateurs, worden gevuld door een rustigloopende Meidinger-windmachine. terwijl een Compound-dynamo den noodigen stroom voor lage spanning opwekt.
Het fraaie 16 voets front met pijpwerk van hoog tingehalte en opgeworpen labiums, waaromheen een Okumé-betimmering. maakt bij het binnenkomen van het kerkgebouw een grootschen indruk.
De opzet: was een orgel te maken met een echt kerkelijk toonkarakter, wat dan ook inderdaad als zeer geslaagd mag beschouwd worden.
Toepassing van, waar noodig, wijde mensuren, dikkere pijpwanden, e.m. heeft naast de intonatie kunst van den orgelbouwer den Heer A. Standaart Jr. in dit geval hier wel toe bijgedragen.
Met dit vrij belangrijke werk is door de N.V. Standaart's Orgelfabriekcn, weer eens het bewijs geleverd, dat de Hollandsche orgelbouwkunst. nog wel kan wedijveren met de buitenlandsche, mits ze daartoe in staat gesteld wordt, en er vakkundige samenwerking is tusschen organist en orgelbouwer.
Collega's en belangstellenden die met dit werk wiillen kennis maken, worden daartoe gaarne in de gelegenheid gesteld, na vooraf bericht aan ondergeteekende
W.A. HOUTMAN, Singel 116, Schiedam. (01)

Het orgel werd in gebruik genomen tegelijk met de kerk. den 9en Maart, terwijl het eerste orgel concert zal plaats hebben: Paaschdag ’s avonds half acht. door den organist der kerk, den heer W.A.Houtman, die werken zal voordragen van Bach. Handel, Mozart e.a. (01)


Nieuwe Leidsche Courant | 22 februari 1932 | pagina 9 (9/12)


Het Orgel-1933-juli

1946: Revisie en herintonatie door de fa. Fonteyn & Gaal. (02)

1956: Grote schoonmaakbeurt.  (02)

1971: Nieuwe speeltafel met moderne schakelkasten en verhuizing van de speeltafel naar de zijgalerij. (02)

1974: De Octaaf 2’ van het hoofdmanuaal werd vervangen door een nieuwe. De Mixtuur werd eveneens vervangen, maar met een hogere samenstelling. (02)

1988: Kort voor de sloop van de kerk kwam ook een einde aan het bestaan van dit imposante orgel. (02)

De laatste dispositie van het orgel was als volgt:

Manuaal I Manuaal II Manuaal III Pedaal
Prestant 16’ Bourdon 16’  Bourdon 8’ (transm) Prestant 16 ‘ (transm)
Bourdon 16’ (transm) Prestant 8’  Flûte harmonique 8’  Contrabas 16 ‘
Prestant 8’ Holpijp 8’  Gamba 8’  Subbas 16’
Roerfluit 8’

Prestant 4’ 

Vox Celeste 8’  Gedekt 16’ (transm)
Salicionaal 8’ Fluit 4’ Quint 8’  Quint 10 2/3’ (transm)
Gemshoorn 8’ Nasard 2 2/3’  Fluit 4’  Gedekt 8’ (transm)
Bourdon 8’ (transm) Nachthoorn 2’  Quint 2 2/3’  Octaaf 8’
Fluit 4’ Terts 1 3/5’  Vlakfluit 2’  Violon 8’
Octaaf 4’ Septime 1 1/7’  Scherp 3- sterk  Octaaf 4’
Octaaf 2’ Clarinet 8’  Hobo 8’  Bazuin 16’
Quint 1 1/3’

Tremulant

Tremulant 

Trombone 8’
Mixtuur 3-4 sterk    

 

Cornet- 5 sterk

 

 

 

Trompet 8’

 

 

 

Koppels: 
Ped./Man.I, 
Ped./Man. II, 
Ped./Man. III, 
Ped./Man.III 4’, 
Man.I/Man.II, 
Man.I/Man.III, 
Man.I/Man.II 4’,
Man.I/Man.II16’, 
Man.II 16’, 
Man.II 4’, 
Man.II/Man.III 16’, 
Man.II/Man.III 4’, 
Man.II/Man.III, 
Man.III 16’, 
Man.III 4’.

Speelhulpen:
1 vrije combinatie (62 labels), 
5 plenumknoppen, 
1 trede generaal Crescendo, 
Zwelkast Manuaal II en Manuaal III 
Tongwerken af, 
Vrij instelbaar pedaal (15 labels). (02)

Bronvermelding:

  1. Tijdschrift: "Organist en Eeredienst”, Maart 1932 door W.A. Houtman
  2. www: http://www.orgels-en-kerken.nl/index/schiedam-julianakerk-orgel.htm
  3. www: http://www.reliwiki.nl/index.php?title=Schiedam,_Burgemeester_Knappertlaan_29_-_Julianakerk
  4. www: Orgeldatabase Piet Bron