Rotterdam Larenkamp

1942: Dit orgel is gebouwd door Standaart voor de oorlog en in 1942 geplaatst in de Colosseum bioscoop aan de Beijerlandselaan in Rotterdam.

1984: Het orgel wordt door Jan Slingerland van de slopershamer gered.
Hij plaatste het over naar wijkcentrum ' Larenkamp' te Rotterdam. In dit nieuwe onderkomen gaf de heer Slingerland ondermeer muzieklessen op dit instrument.
Basiregisters:
 -vox humana
-(roer)fluit
-violine
-klarinet (labiaal)



Situatie Rotterdam Larenkamp

2015: De Larenkamp wordt gesloten per 1 juli 2015. Het is nog niet bekend wat er met het orgel van Standaart gebeurd. (01)

Zie ook onderstaand artikel vanuit: http://www.rotterdam010.nl/401-Herinneringen/02/Colosseum-orgel-larenkamp.htm

Herbouwd Colosseum-orgel mooier dan vroeger.....
Glorie van weleer klinkt in de Larenkamp - 1987
Op een paar details na is het oude bioscooporgel uit het Colosseum in volle glorie hersteld. Het had maar weinig gescheeld of het beroemde Standaart-orgel was een roemloos einde ten deel gevallen, maar organist en restaurateur Jan Slingerland, docent aan de muziekschool van de SKVR in De Larenkamp heeft. het instrument nog net op tijd kunnen redden.
Na ruim twee jaar restauratiewerkzaamheden is het orgel weer bespeelbaar, hoewel er volgens de bevlogen restaurateur altijd wel wat te sleutelen blijft.
Vlak voor de vakantie, begin juli, was de organist zover dat hij de vaste bespeler van het instrument, Gerard 't Hardt, kon uitnodigen om het orgel weer eens te bespelen en om samen herinneringen op te halen aan hoe het was, hoe het klonk en wàt er klonk.
Enigszins onwennig laat de reeds lang gepensioneerde theaterorganist zijn hand over het hout van het gerestaureerde orgel glijden. "Het was toch vroeger wit?" zegt hij. Terwijl hij het instrument aan een kritische blik onderwerpt beklimt hij de orgelbank. Zonder aarzelen drukt hij de juiste registerknoppen in en laat zijn vingers over de twee klavieren gaan. Zijn voeten zoeken geroutineerd de bekende weg. Door de Balletzaal van De Larenkamp klinkt de bekende herkenningsmuziek "I'll see you in my dreams".
Gerard 't Hardt speelt voor het eerst sinds 26 jaar weer op het theaterorgel uit het Colosseum, waarop hij jarenlang de muziek in de pauzes en tijdens de reclames verzorgde.
Restaurateur en organist Jan Slingerland heeft Gerard 't Hardt vaak horen spelen; hij bezocht het Colosseum zelfs speciaal voor de orgelmuziek. "Precies, zo was het", roept hij enthousiast uit bij de muziek van 't Hardt. Deze draait zich na enige tijd bedachtzaam om: "Het lijkt wel of het orgel hier veel meer volume heeft. Het klinkt echt beter dan vroeger". Slingerland. neemt zijn collega trots mee naar het inwendige van het Standaart-orgel. Achter een gordijn ("gekocht bij Poppeliers", grapt de restaurateur) staan de orgelpijpen, het slagwerk en de 'toeters en bellen' waarmee het orgel is uitgerust. De muziekschool heeft er ruimhartig een grote kast voor afgestaan, Jan Slingerland heeft er de afgelopen jaren zijn meeste vrije tijd aan gegeven en veel van zijn leerlingen en hun familie hebben hand- en spandiensten verricht, sommigen zelfs meer dan dat.
In de gang van de muziekschool staat het motortje te brommen dat de lucht aanblaast. Slingerland vertelt hoe het orgel helemaal uit bijna niets is opgebouwd. "Veel van de orgelpijpen moesten worden hersteld. Door wat kleine wijzigingen hier en daar hebben we het geluid wat bijgewerkt. De klavieren nam ik in de vakanties mee naar huis, de kerstvakantie heb ik bijvoorbeeld gebruikt om de registerboog af te stellen. Ik ben nu eenmaal een orgelgek, en er zijn er gelukkig nog meer".
Leerlingen en vaders van leerlingen bogen zich over de meubelmakers karweien. Alle toetsen werden schoongemaakt, met oude wekkerverven werden de registers gerepareerd. Een elektrotechnicus ontfermde zich over de bedrading en het originele eikenhout kwam tevoorschijn onder de dikke lagen witte verf.
De nerven werden stuk voor stuk uitgekrabd met een dun mesje. Het buisklokkenspel werd zelfs helemaal nieuw gemaakt, dat was namelijk helemaal gestolen. Eén van de kleedkamers van de muziekschool stond jarenlang vol met onderdelen van het orgel, gereedschappen en andere ijzerwaren. "Het was één berg rotzooi", roept Slingerland meerde malen. Je zou het nu niet meer zeggen, want zonder haperen gehoorzaamt het orgel de beide bespelers.
Ondanks de perfecte weergave geven de beide organisten hun kritiek op het orgel. "De vox humana lijkt meer op een kudde schapen in doodsnood dan op de menselijke stem", beweert Slingerland. Zijn collega beaamt: "Het valt niet mee om een behoorlijk geluid uit zo'n klein orgel te krijgen, maar het klinkt hier mooier dan in het theater. Daar verdronk de muziek in die grote ruimte". Het orgel nodigt uit om pittige muziek op te spelen, vinden beide organisten.
"Je kunt hier ook snel op spelen door het elektro-pneumatische systeem", legt Slingerland uit. "Dat reageert onmiddellijk. Vroeger als je kaartjes ging kopen hoorde je die muziek al. Meestal snelle muziek, dat hoort bij dit orgel.
Standaart, de bouwer van dit orgel, speelde ook altijd vlotte nummers". De organisten spelen elkaar nog wat muziek van vroeger voor. Naarmate 't Hardt langer op de orgelbank zit, krijgt hij er steeds meer plezier in "Ik ben wel piano blijven spelen, hoewel ik de laatste jaren wat moeilijk speel vanwege stramheid in de duimen. Pianospelen doe je meer voor jezelf, vind ik. Orgelspelen, dat is altijd muziek maken voor anderen".



BIERVAT IN WEG
"Ik heb heel wat snoepjes naar mijn hoofd gehad", bekent de vroegere vaste bespeler van het Colosseumorgel, Gerard 't Hardt.
Het spelen van het orgel bracht wel meer risico's met zich mee. Het orgel stond op een plateau, dat per voorstelling verschillende malen naar boven en beneden bewogen moest worden. In de tijd dat restaurateur Jan Slingerland het theater bezocht, gebeurde dat door middel van een motortje. 't Hardt kon de lift zelf bedienen. "Terwijl hij de herkenningsmelodie speelde, kwam het orgel schuddend naar boven", weet Slingerland zich te herinneren. Dat wiebelen viel in het gemechaniseerde tijdperk best mee, vindt 't Hardt. "Vóór er een lift gebouwd werd, moest het bioscooporgel met een slinger naar boven getakeld worden. Dat moest zo regelmatig mogelijk gebeurden, maar het gebeurde natuurlijk gewoon op handkracht. Dat schokte en schudde enorm".
Eén keer is het achterhoofd van 't Hardt gedurende de hele voorstelling zichtbaar gebleven. "Toen het orgel naar beneden getakeld werd, bleef het halverwege steken. Er bleek een biervat onder te liggen. Ik kon er ook niet af, dus we moesten wachten tot het einde van de voorstelling voordat ik weer naar boven gehesen kon worden".
LESSEN OP THEATERORGEL
"Nu het orgel weer dienst doet, speel ik er regelmatig op. Het is echt een verademing als je de hele dag een Hammond-orgel hebt gehoord". Het orgel is er niet alleen om naar te kijken als curiositeit", vindt Jan Slingerland. Er moet ook op gespeeld worden.
"Ik heb iedere week 74 leerlingen, en ik sleep er regelmatig één hierheen," zegt hij. Sommige leerlingen raken heel enthousiast voor het bioscooporgel. "Er zijn er ook bij die het net een draaiorgel vinden, maar niet iedereen kan het even mooi vinden," geeft hij toe.
Voor de ouderen is de klank van het theaterorgel een stukje nostalgie; de jeugd kent het orgel helemaal niet, of alleen van horen zeggen. Dat is jammer, vindt Slingerland. "Ik wil het theaterorgel graag terugbrengen naar de jeugd. Ik heb jonge leerlingen op les, die zijn helemaal gek van dat ding."
Jammer genoeg kan de orgelleraar niet ieder gewenst moment lesgeven op het instrument. Het staat namelijk in de balletzaal van de muziekschool, en daar worden op gezette tijden danslessen gegeven.
"Maar er blijft genoeg tijd over," meent Slingerland, "dus wie speciaal les wil hebben op het theaterorgel uit het Colosseum theater, kan die les krijgen bij de muziekschool in De Larenkamp."

VAN DE KELDER NAAR DE ZOLDER, UIT REMISE NAAR MUZIEKSCHOOL
Nadat de mechanische muziek het orgel zo'n twintig jaar geleden voorgoed van het podium had verdreven, bleef het in de kelder van de bioscoop, totdat de sloop van het Colosseum-theater werd aangekondigd. Met de rest van de inboedel werd het opgekocht door de tapijtfirma Poppeliers.
Jan Slingerland, van jongst af aan geïnteresseerd in orgels en orgelmuziek, bleef zich, hoewel op een afstandje, op de hoogte houden van het lot van het orgel. Hij had er in het oude theater meermalen op gespeeld, en het leek hem de moeite waard het orgel te behouden. Toen hij ervan hoorde dat Poppeliers het orgel als sta-in-de-weg beschouwde en het enorme bakbeest liever op wilde ruimen, werd via-via de deelgemeente ingeschakeld.
Mede dankzij de inspanningen van een journalist (Rein Wolters) kocht Charlois het 'monument' van de tapijtfirma. Er werd een plekje gevonden voor het inmiddels danig beschadigde bouwwerk, in een tramremise, onder een lek dak.
Het werd weer stil rond het Standaart-orgel.
Pas toen Jan Slingerland ter ore kwam dat een orgelclub interesse had om de resten te kopen, zodat men de onderdelen kon gebruiken om andere orgels op te knappen, werd hij goed wakker. Hij vroeg meteen aan schoolleider Jaap Seelbach van de muziekschool in De Larenkamp aan de Slinge of er in het gebouw misschien een plaatsje was voor de overblijfselen van het instrument. Niet alleen de kast, ook de windla en het pijpwerk moesten worden ondergebracht. Grootmoedig werd een van de kleedkamers bij de balletzaal afgestaan.
Slingerland huurde nóg diezelfde dag een verhuiswagen, bracht het wrakkige orgel, dat eens de trots van muzikaal Rotterdam-Zuid was, naar de Larenkamp en legde daarmee de grondslag voor een langdurig en moeizaam karwei.
Uit de puinhoop en de berg rotzooi, die Slingerland eind 1984 de Larenkamp indroeg, is door de inspanning van vele betrokkenen langzaam maar zeker weer de oude glorie ontstaan. En volgens de deskundigen klinkt het bioscooporgel zelf mooier en rijker dan ooit.



STANDAARTORGEL VERVANGT BIOSCOOPORKEST
Het bioscooporgel in de balletzaal van de muziekschool in de Larenkamp is vóór de oorlog gebouwd door Cor Standaart uit Schiedam. De orgelbouwer had daar een werkplaats aan de Lange Haven.
In 1942 werd het instrument geplaatst in het Colosseum-theater aan de Beijerlandselaan. Vaste bespeler was toen Frans Reesinck, voor de oudere inwoners van Rotterdam-Zuid een goede bekende. Het Standaart-orgel was geen erg groot orgel. Er waren er veel grotere, met meer mogelijkheden en een groter toetsenbord.
Het orgel van het Colosseum-theater was, door de zondagochtendconcerten van de VARA, wel een heel bekend orgel in Rotterdam en omstreken. Veel bekende organisten beroerden de toetsen van het instrument.
Onder hen was echter niet Cor Steijn, weten restaurateur/organist Jan Slingerland en oud-organist Gerard 't Hardt stellig, in tegenstelling tot wat sommige anderen beweren.
Het Standaartorgel is een elektro-pneumatisch pijporgel met twee manualen: twee toetsenborden. Zoals het een echt bioscooporgel betaamt, kan het behalve de gebruikelijke orgelgeluiden ook veel extra klankeffecten voortbrengen. Het theaterorgel moest immers een heel orkest vervangen, een bezuinigingsmaatregel uit de crisis van voor de Tweede Wereldoorlog, toen de stomme films nog moesten worden voorzien van levende muziek.
Behalve de vier orgelstemmen (verbonden met complete series orgelpijpen met verschillende klanken) zitten er een klokkenspel, een xylofoon en buisklokken op, castagnetten en een sleebel, een deurbel, verschillende fluitjes een woodblock en een tamboerijn, een autoclaxon, wind en regen en compleet slagwerk. Het orgel kan ook de grote klok nabootsen.
De vier stemmen van het orgel zijn de Vox Humana ('menselijke stem'), violon (klinkt ongeveer zoals een strijdinstrument), roerfluit en clarinet. Er zit een 8-voet en een 16-voet op het orgel, daarmee kan de organist lage en zeer lage tonen aan het instrument ontlokken.
Rotterdam toen en nu

Artikel uit onbekende bron:
Het bioscooporgel in de balletzaal van de muziekschool in de Larenkamp is vóór de oorlog gebouwd door Cor Standaart uit Schiedam. De orgelbouwer had daar een werkplaats aan de Lange Haven.
In 1942 werd het instrument geplaatst in het Colosseum-theater aan de Beijerlandselaan. Vaste bespeler was toen Frans Reesinck, voor de oudere inwoners van Rotterdam-Zuid een goede bekende. Het Standaart-orgel was geen erg groot orgel. Er waren er veel grotere, met meer mogelijkheden en een groter toetsenbord.
Het orgel van het Colosseum-theater was, door de zondagochtendconcerten van de VARA, wel een heel bekend orgel in Rotterdam en omstreken. Veel bekende organisten beroerden de toetsen van het instrument.
Onder hen was echter niet Cor Steijn, weten restaurateur/organist Jan Slingerland en oud-organist Gerard 't Hardt stellig, in tegenstelling tot wat sommige anderen beweren.
Het Standaartorgel is een elektra-pneumatisch pijporgel met twee manualen: twee toetsenborden. Zoals het een echt bioscooporgel betaamt, kan het behalve de gebruikelijke orgelgeluiden ook veel extra klankeffecten voortbrengen. Het theaterorgel moest immers een heel orkest vervangen, een bezuinigingsmaatregel uit de crisis van voor de Tweede Wereldoorlog, toen de stomme films nog moesten worden voorzien van levende muziek.
Behalve de vier orgels tem men (verbonden met complete series orgelpijpen met verschillende klanken) zitten er een klokkenspel, een xylofoon en buisklokken op, castagnetten en een sleebel, een deurbel, verschillende fluitjes een woodblock en een tamboerijn, een autoclaxon, wind en regen en compleet slagwerk. Het orgel kan ook de grote klok nabootsen.
De vier stemmen van het orgel zijn de Vox Humana ('menselijke stem'), violon (klinkt ongeveer zoals een strijdinstrument), roerfluit en clarinet. Er zit een 8-voet en een 16-voet op het orgel, daarmee kan de organist lage en zeer lage tonen aan het instrument ontlokken.

2016: Nog steeds dreigt sloop voor het orgel. Zie artikel van RTV Rijnmond: http://www.rijnmond.nl/nieuws/147215/Orgel-Larenkamp-dreigt-verloren-te-gaan (ook een filmpje met geluid te zien)
Tekst:  Rotterdam lijkt het enige bioscoop- en theaterorgel van de stad kwijt te raken. Het orgel staat nu nog in wijkcentrum Larenkamp, maar dat wordt eind dit jaar gesloten. Het Historisch Collectief Charlois wil het instrument redden.
Het orgel stond oorspronkelijk in de Colosseum-bioscoop aan de Beijerlandselaan. Het orgel dateert van 1942 en is gemaakt door de Schiedamse orgelbouwer Cor Standaart.
Het is uitgerust met orgelpijpen, slagwerk, klokkenspel en xylofoonklanken. Maar het orgel kan ook een autoclaxon, wind en regen nabootsen.
In 1984 dreigde het te worden gesloopt, waarna het is gerestaureerd en in de danszaal van de Larenkamp geplaatst.
Nu dreigt het doek definitief te vallen voor het Colosseum-orgel. Tenminste, als het aan de gemeente Rotterdam en de Nederlandse Orgel Federatie ligt. Volgens hen is het in slechte staat en niet meer bespeelbaar.
Het Historisch Collectief Charlois is het daar niet mee eens en wil dat het bioscooporgel in Rotterdam blijft. De gemeente beslist de komende maanden wat er met het orgel gebeurt.  (02)

Commentaar van de NOF: Helaas is bovenstaande informatie louter en alleen gebaseerd op het interview van TV Rijnmond met de heer Teun Griffioen, oud-vrijwilliger bij De Larenkamp.
Ik schrijf ‘helaas’ omdat TV Rijnmond heeft nagelaten conform goed journalistiek gebruik ook de meest direct betrokken partijen, zijnde in de eerste plaats de gemeente Rotterdam en daarnaast de Nederlandse Orgel Federatie (NOF) te raadplegen.
Het gevolg is dat er nu uit onwetendheid bij de heer Teun Griffioen een volledig foutief beeld is geschetst rond de situatie rond dit orgel.
Kort samengevat: ook de gemeente Rotterdam en de NOF ondersteunen het streven om het orgel voor Rotterdam te behouden en hebben daartoe al de nodige inspanningen gedaan.
Helaas hebben die tot nu toe niet tot resultaat geleid. De NOF heeft de gemeente Rotterdam laten weten dat zij - nu deze er niet in is geslaagd een geschikte alternatieve locatie tegen acceptabele voorwaarden te vinden - bereid is mee te werken aan een overdracht van dit orgel aan de NOF ter voorkoming dat dit bij de sloop van het gebouw verloren gaat. (03)


Bron: http://www.rijnmond.nl/nieuws/147215/Orgel-Larenkamp-dreigt-verloren-te-gaan


Bronvermelding:

  1. E-Mail van Jan Teeuw d.d. 1 juni 2015 op basis van een bericht in de "Oud Rotterdammer".
  2. E-Mail d.d. 11 oktober 2016 van Corine Standaart
  3. E-Mail van 12-oktober 2016 van Paul van Let (secretaris van de NOF)