1922 Pernis Gereformeerde kerk

Voorgeschiedenis: In 1862 wordt een kerk gebouwd. In 1895 wordt er via de orgelmaker van den Haspel een bestaand orgel aangeschaft van onbekende herkomst. Er wordt door de organisten voortdurend geklaagd over het orgel.

1920: Reparatie door Standaart voor F 325,-

1922: In Pernis wordt op advies van twee externe deskundigen tot nieuwbouw beslist. Er zit al f. 3000,— in het orgelfonds.
Er wordt een nieuw orgel besteld voor f 8.000,- bij Standaart. De ingebruikname is op 6 december 1922. Het orgel wordt boven de kansel geplaatst.
Het oude orgel wordt via Standaart verkocht aan de firma Van Leeuwen. Deze knapte het op, voegde aan het tweede manuaal nog enkele modieuze registers toe en verkocht het orgel in 1927 voor circa tweeduizend gulden aan de hervormde kerk te Koudekerk aan den Rijn.
Dispositie
Manuaal I: Bourdon 16', Prestant 8', Roerfluit 8', Viola d'Amore 8', Octaaf 4', Orkestfluit 2', Mixtuur III sterk, Trompet 8' (gedeeld).
Manuaal II: Holpijp 8', Gamba 8', Aeoline 8', Celeste 8', Concertfluit 4', Vox Humana 8'.
Pedaal: Subbas 16', Octaafbas 8', Tuba 8'.
Gebruikelijke koppels, plus superoctaafkoppel Manuaal I sterk, Subkoppel Manuaal I - Manuaal II sterk, Pedaaloctaafkoppel. Tweede klavier in een zwelkast.


Foto P. Slikkerveer (02)

Uit de woorden die Ds. F. Tollenaar bij de ingebruikname sprak blijkt dat de heer Van Vijk uit Leiderdorp als adviseur optrad.Ook organist Noordzij heeft zich intensief met de nieuwbouwplannen en het dispositieontwerp bezig gehouden.
De speeltafel is aan de zijkant geplaatst. Aan de andere zijde is een trapinrichting aangebracht, terwijl er van meet af aan ook een electrische windmachine is. In de oorlogstijd heeft de trapinrichting zijn waarde bewezen!
De lening voor het orgel werd afgelost door de verkoop van "orgelbonnen" voor een enkele centen per stuk. Pas in1942 wordt deze aktlviteit gestaakt.
Toen het orgel gereed was bezat de kerk tijdelljk twee instrumenten: het oude mechanische orgel op de zuidergalerij en het nieuwe Standaart-orgel op de oostzijde. Voor organist Noordzij was dit unieke feit aanleiding om voor te stellen de kerkdienst waarin de ingebruikname plaats zou vinden te openen met het zingen van de tweede strofe van Psalm 33. Aldus geschiedde.
Tweede organist Cees Dubel maakte vanaf het oude orgel het voorspel en begeleidde de eerste twee regels: "Roemt nu met nieuwe lofgezangen de nieuwe blijken van zijn gunst".
Vervolgens nam hoofdorganist Noordzij vanaf het nieuwe Standaart-orgel de begeleiding over, waarop klonk:
Het speeltuig moet dien toon vervangen,
heft vrolijk aan, wijdt Hem uw kunst.
Alles moet Hem eren,
want het woord des Heren,
’t richtsnoer zijner daftn,
is volmaakt rechtvaardig,
al onz' achting waardig:
eeuwig zal ' t bestaan!
Bij deze gelegenheid hield Ds. F. Tollenaar een rede waarin hij met verve het belang van goede kunst in de eredienst verdedigde. Was er destijds misschien tóch sprake van wat oppositie tegen het dure nieuwe orgel? Een fragment uit de rede van Ds. Tollenaar: "Zeker zijn daar ook christenen die van geen kunst iets willen weten, die liefst de kerk zoo smakeloos hebben als 't maar kan, wie 't gansch onverschillig is, of 't orgel leelijk en onharmonisch speelt, en die van een oud en slecht orgel zeggen, 't speelt mij mooi genoeg, als we 't maar hooren. Maar die dat zeggen zijn bepaald geen goede christenen. Mogelijk zijn ze bang dat voor 't betere en ’t Gode meer welbehaaglijke hun offers gevraagd worden, en dan is 't oude al spoedig goed genoeg. Heen zegt de dichter (van Ps. 96, JP): Majesteit en heerlijkheid zijn voor zijn aangezicht. Geloovigen die er anders over
denken, moeten bepaald maar weinig gedachten over den hemel hebben. Want daar zal ook muziek worden gemaakt. Daar zal op hemelsche tonen het lied des Lams worden gezongen, en Johannes noemt muziekinstrumenten, die daar zullen worden bespeeld.
"


Tijdschrift "Het Orgel" december 1922

1923: In het voorjaar geeft op zijn eigen voorstel Mr. P.J. Bouman om niet een concert op het gloednieuwe orgel, tezamen met een soliste. Deze Bouman, destijds advocaat in Rotterdam, was een oud-Pernisser.
De kerkeraad stelt de toegangsprijs vast op twintig cent.
Standaart gaf bij oplevering twintig jaar garantie.
Daarom ziet hij zich in 1923 genoodzaakt de kerkeraad een reprimande te geven als blijkt dat "onoordeelkundigen" aan het orgel hebben gewerkt.
De firma doet het onderhoud, dat tenminste tweemaal per jaar een stembeurt omvat, tot 1942.

1935: De toegangsprijs is nog steeds twintig cent als de orgelcommissie een kerstconcert organiseert met medewerking van Arend Noordzij, organist F. C. Beversluis uit Delfshaven en de Pernisser Chr. Gem. Zangvereniging "Crescendo" o. l.v. Johannes Jacobus Ponse, zangleraar en organist aan de Zweedse Kerk aan de Boompjes,

1942: Man gunt men het onderhoud aan Vermeulen uit Overschie, die hiervoor niet f. 48,— maar slechts f. 35,— per jaar verlangt.

1959: Als het gehele kerkinterieur naar de toenmalige inzichten wordt vernieuwd, wordt het orgel overgeplaatst naar de tegenovergestelde zijde van de kerk.
Het laten uitvoeren van achterstallig groot onderhoud is echter onvermijdelijk. De leren membraambalgjes zijn versleten en zijn gaan lekken, wat allerlei storingen tot gevolg heeft.
Ook leven er wensen ten aanzien van de dispositie. Er zijn meerdere plannen gemaakt, variërend van alleen de noodzakelijke vervanging van de membranen tot diverse uitbreidingsvoorstellen.
Een offerte van de firma Valckx & Van Couteren & Co. uit 1956 gaat hierbij nog uit van handhaving van het bestaande front, al zou de kas dieper moeten worden in verband met de uitbreiding van de dispositie van pedaal en manuaal II.
Toch loopt het anders. Het oude meubel past niet meer bij het strakke vernieuwde interieur. Het is ook meer of minder erg door houtworm aangevreten en zo valt het dan ten prooi aan de vernieuwingsdrang die zich toen allerwege deed gelden. Het orgel krijgt een half open opstelling in de nis boven de kansel. Een nieuw aangezicht krijgt het instrument door de opstelling van twee in tegengestelde richting aflopende rijen zinken
pijpen bij wijze van front.
Het inwendige van het instrument wordt ook fors aangepakt. Het aantal registers wordt vergroot tot 22.
Het streven is er daarbij op gericht om de totaalklank helderder en neer briljant te maken. De dispositie, die zo tot stand komt weerspiegelt de "neobarokke" oriëntatie van de orgelbouw in de jaren vijftig.
Vooral het tweede klavier krijgt meer registers en krijgt zo een zelfstandige funktie ten opzichte van het hoofdmanuaal.
De zwelkast om het tweede klavier verdwijnt dan ook.
Een verbetering is verder dat veel zinken pijpen en onderdelen die Standaart in 1922 verwerkte nu worden vervangen door exemplaren van veel beter orgelmetaal.
Het orgel is na deze verbouwing weer bedrijfszeker en voor geruime tijd geschikt om z'n taak te verhullen. De technische aanleg en de makelij van de toegevoegde mahoniehouten windladen is zeer goed.
De restauratie en ombouw kostte circa achttienduizend gulden. Over het vervangen van de pneumatiek wordt niet gesproken, waarschijnlijk was dat in het geheel van de kerkinterieurwijziging financieel niet haalbaar.
Financiële bescheidenheid blijkt ook uit het feit dat een deel van de nieuwe registers is vervaardigd van versneden gebruikt pijpwerk, grotendeels afkomstig van verwijderde registers uit 1922. Dit feit verantwoordt de orgelmaker overigens in de offerte.
Na deze verbouwing was de dispositie:
Manuaal I: Prestant 8', Roerfluit 8', Octaaf 4', Gedekte Fluit 4', Quint 2 2/3', Octaaf 2', Mixtuur V sterk, Trompet 8' (gedeeld).
Manuaal II: Holpijp 8', Gamba 8', Prestant 4', Concertfluit 4', Nasard 2 2/3', Orkestfluit 2', Terts 1 3/5', Scherp III sterk, Schalmei 8', Tremulant.
Pedaal: Subbas 16', Octaafbas 8', Gedekt 8', Koraalbas 4', Fagot 16'.
Gebruikelijke koppels, Manuaal I - Manuaal II 16'.


Foto uit De orgelvirend (02)

1969: Een decennium lang functioneert het orgel goed. Maar langzamerhand ontstaan er steeds meer storingen in het pneumatische systeem,
Volledig herstel van dit kwetsbare systeem is een kostbare en eigenlijk ongewenste zaak.
Dan wordt in 1969 ten slotte de pneumatiek, afgedankt.
Pels & Van Leeuwen te Alkmaar wijzigt de tractuur naar electrisch en installeert een nieuwe speeltafel.
Hierdoorkan de nieuwe speeltafel op enige afstand van het orgel op de galerij worden geplaatst.
Een uitbreiding met een Quintadeen op manuaal II en met een Ruispljp twee sterk en een Schalmey 4' op het pedaal gaatniet door.

1979: Groot onderhoud door Pels & Van Leeuwen. Voor ruim zevenduizend gulden worden alle grotendeels versleten membraamba1gjes vervangen.
Inmiddels wordt er via de verkoop van oud papier flink aan geldwerving voor het orgelfonds gedaan,
Het plan ontstaat om dóór te gaan met geldwerven om het orgel verder te verbeteren.

1982: In dit jaar valt er een zeer opmerkelijk besluit: de gehele geldelijke zorg rond het orgel wordt door de kerk overgedragen aan de orgel- en concertcommissie. Als tegenprestatie voor het onderhoud van het instrument mag de orgel- en concertcommissie vrij over een verwarmde kerk beschikken voor het houden van concerten.
De orgelcommissie krijgt van de kerkeraad vrij maadaat om naar eigen goeddunken het inwendige van het orgel aan te pakken.
Het doel van de orgelcommissie is in de eerste plaats het verzorgen van het gewone jaarlijkse onderhoud, wat voor de kerk een structurele uitgavenbesparing betekent, In de tweede plaats tracht de commissie het orgel waar mogelijk verder te verbeteren en in de derde plaats streeft men naar een uitbreiding aet een derde manuaal.
Uitgangspunt bij de voorgenomen revisie en uitbreiding is dat alles met relatief geringe middelen en met aanwenden van gebruikte materialen zal gebeuren, Zou het project echt kostbaar worden, dan was het geld wellicht beter besteed geweest aan de bouw van een nieuw mechanisch orgel.
De commissie begint een jaren durende speurtocht op zoek naar betaalbaar en kwalitatief goed pijpwerk dat past in het geheel van het orgel.

1983-1990: In deze periode gebeurt er veel rond het orgel. Er worden registers vervangen door betere, de uitbreiding met een derde manuaal wordt uitgevoerd en het pijpwerk opnieuw geïntoneerd.
Als eerste wordt in 1983 een cornet op het hoofdwerk toegevoegd.
In de jaren hierna worden registers vervangen door soortgelijke van betere kwaliteit. Bij de ombouw in 1959 is weliswaar enig inferieur materiaal uit 1922 al door beter vervangen, maar enkele fluiten zijn toen toch gehandhaafd. Op Manuaal II verdwijnen in 1988 de Concertfluit en de Orkestfluit. Zij worden vervangen door twee fraaie registers die door afbraak van orgels elders beschikbaar waren.
In 1990 komt een prachtige Nachthoorn de plaats van de Gedekt Fluit op Manuaal I innemen. Op ditzelfde klavier wordt de Octaaf vier voet vervangen door een ander exemplaar.
In 1989/90 worden de Terts en de Quint van Manuaal II vervangen door een Octaaf twee voet en een Sesquialter.
De Gamba wordt vervangen door een Quintadeen.
De commissie koesterde al langer de wens om tot een herintonatie van al het bestaande pijpwerk over te gaan.
Een begin werd gemaakt in 1983/84 met twee registers, de Schalmei van Manuaal II en de Fagot van het Pedaal. Deze beide tongwerken zijn in 1959 vanuit bestaande registers van Standaart en waren duidelijk te mager. Intoneur Jaap Schelllngerhout van de firma Kramer heeft vooral van de Schalmei iets fraais weten te maken.
In 1989 vervolgde Gerard Mulder het intoneerwerk. Eerst werd het Hoofdmanuaal gedaan en vervolgens het Pedaal. Na de opbouw van het nieuwe derde klavier volgde ln 1990 de herintonatie van enkele stemmen van Manuaal II. Op het hoofdwerk bleef alleen de Roerfluit uit 1922 ongewijzigd. De Mixtuur werd terug gebracht tot 4 sterk door het laagste koor te verwijderen. De klank van de Trompet werd minder "vet" gemaakt, onder andere door alle schalbekers één plaats op te schuiven.
Op het Pedaal moest vooral aan de Fagot veel gedaan worden. De schalbekers op hun juiste plaats en lengte gebracht en aangevuld met twee bekers. Verder werd de buiging van alle tongen gecorrigeerd. De houten blokken waarin de grootste twaalf pijpen van dit register staan werden hersteld en wormvrij gemaakt. Het register werd omgenoemd naar Bazuin.
In de pijpen van de Subbas werd houtworm ontdekt. Door een groepje vrijwillligers werd dit bestreden.
De intonatie van de mooie zware pijpen van de Octaaf 4' werd tot slot verbeterd.
Aan de pijpen van Manuaal II hoefde minder ingrijpend gewerkt ter worden. Afgezien van de in 1989/1990 nieuw geplaatste stemmen werden alleen correcties toegepast op de Woudfluit en de Holpijp.
Ook werd een derde manuaal als zwelwerk toegevoegde. Hiervoor werd een gebruikte windlade aangsschaft. Orgelmaker Louis J. Kramer uit Boskoop heeft deze sleeplade in de zwelkast geïnstalleerd. Ook een goede drieklaviers speeltafel kon snel warden aangeschaft. In Nijverdal kwam een mooi exemplaar beschikbaar dat nog maar enkele jaren dienst had gedaan. Om de bedrijfszekerheid van deze speeltafel te vergroten liet de commissie alle electrische contacten vervangen door nieuwe, van fabrikaat Kimber-Allen. De aanschaf van het pijpwerk had meer voeten in de aarde.
In de zomer van 1990 kon Gerard Mulder de opbouw van het zwelwerk ter hand nemen. Op dit zwelwerk werd gebruikt pijpwerk opgesteld..
Het orgel kreeg ook een nieuwe orgelkas naar een ontwerp van Henk van Luyt uit Aalten.
Huidige dispositie:
Hoofdwerk: Bourdon 16', Prestant 8', Roerfluit 8', Flute Harmonique 8', Octaaf 4', Quint 2 2/3', Octaaf 2', Cornet V sterk (discant), Mixtuur IV sterk (1 1/3'), Trompet 8' (gedeeld).
Positief: Baarpijp 8', Quintadeen 8', Prestant 4', Roerfluit 4', Octaaf 2', Woudfluit 2', Sexquialter I-II sterk (2 2/3') (discant), Scherp III-IV sterk (1'), Kromhoorn 8', Tremulant.
Récit Expressif: Cor de Nuit 8', Viole de Gambe 8', Voix Céleste 8', Flûte Octaviante 4', Violone 4', Flûte 2', Carillon II-III sterk (1'), Basson 16', Trompette 8', Basson-Hautbois 8', Voix Humaine 8', Tremulant.
Pedaal: Resultantbas 32', Subbas 16', Bourdon 16', Octaaf 8', Gedekt 8', Octaaf 4', Fagot 16', Bazuin 16', Trombone 8'.
Overige registers: Rossignol.
Koppelingen: Hoofdwerk - Positief, Hoofdwerk - Récit Expressif, Positief - Récit Expressif, Positief - Récit Expressif 16', Hoofdwerk - Récit Expressif 4', Hoofdwerk - Récit Expressif 16', Pedaal - Hoofdwerk, Pedaal - Positief, Pedaal - Récit Expressif, Superoctaafkoppel Pedaal.
Speelhulpen: 5 vaste combinaties, 1 vrije combinatie, Tongwerken af, Automatische pedaalomschakeling

Herkomst van het pijpwerk:

Manuaal I (Hoofdmanuaal)
Prestant 8' Uit 1922. Het frontdeel, gemaakt door Bush te Herten, is uit 1959. Intonatie gewijzigd.
Roerfluit 8'  Uit 1922. Ongewijzigd.
Octaaf 4' In 1990 is de Octaaf uit 1922 vervangen door een in de discant enger uitlopende Octaaf van onbekende herkomst.
Nachthoorn 4' In 1990 geplaatst ter vervanging van de Gedekt Fluit 4’ uit 1922/1959. Het is de Vlakfluit 4' uit het Leeflangorgel (1952) van de Vesterkerk te Delft.
Quint 2 2/3'  In 1959 uit ouder pijpwerk gemaakt. Intonatie gewijzigd.
Octaaf 2’ In 1959 uit ouder pijpwerk gemaakt. Intonatie gewijzigd.
Mixtuur 4 st. Uit 1959, toen 5 sterk. Intonatie gewijzigd en het laagste koor uitgenomen.
Trompet 8' B/D Uit 1922. In'1959 zijn alle zinken stevels en de bekers van het klein octaaf door exemplaren van orgelmetaal vervangen. In 1990 is de intonatie gewijzigd en zijn alle bekers een halve toon opgeschoven.
Cornet 5st. D. In 1983 geplaatst. Gebruikt pijpwerk met open achtvoets koor. In 1990 ongewijzigd.
Manuaal II  (Positief)
Holpijp 8' Uit 1922. In 1959 wijder gemaakt door opschuiven met behulp van pijpwerk uit de vervallen Bourdon 16' van Manuaal I. Voor zover de hoge opsnede dit toeliet is in 1990 de intonatie gecorrigeerd.
Quintadeen 8' In 1990 geplaatst op de plaats van de Gamba. Afkomstig uit het orgel van de geref. kerk te Nijverdal, daar als 16'. Discant aangevuld met nieuw pijpwerk.
Prestant 4' Uit 1959, deels van oud pijpwerk. Vrij veel streek in de bas. Ongewijzigd.
Roerfluit 4' In 1988 geplaatst ter vervanging van de Concertfluit 4' uit 1922. Onbekende herkomst.
Octaaf 2' In 1990 geplaatst op de plaats van de Terts uit 1922. Onbekende herkomst.
Voudfluit 2' In 1988 geplaatst ter vervanging van de Orkestfluit 2' uit 1922. Afkomstig uit chr. geref. kerk te Werkendam. Vervaardigd in pijpenmakerij van firma Pels.
Sesquialter 2 st. In 1990 geplaatst op de plaats van de Quint uit 1959. Afkomstig uit het orgel van het Haags conservatorium, makelij Flaes. Fis-3 en g~3 aangevuld. Uitbouw in het klein octaaf zal volgen.
Scherp 3 st. Uit 1959, Ongewijzigd.
Schalmei 8' Uit 1959, waarbij gebruik is gemaakt van de tongen en koppen van de Vox Humana uit 1922. In 1984 verbeterd door de bekers een aantal plaatsen op te schuiven en aan te vullen. In 1990 ongewijzigd.
Manuaal III   (Récit expressif)
Bourdon 16' Vanaf c0 de Bourdon 8' uit het Adema-orgel van de Vincentiuskerk te Amsterdam. Intonatie gewijzigd. Groot octaaf uit de Quintadeen 16' uit Nijverdal. Hiervan is de opsnede sterk verlaagd en de kernspleet vernauwd. Van C t/m fl op aparte lade (Pedaal).
Cor de nuit 8' Vanaf c0 gemaakt uit de Gedekt Fluit 4’ van I, van wijde mensuur. Opsnede verlaagd. Groot octaaf van overeenkomstige mensuur, afkomstig uit gebouw Pro Rege te Rotterdam, Valckx S Van Routeren 1928.
Viole de Gambe 8'  Uit Vincentiuskerk Amsterdam. Intonatie gewijzigd. Groot octaaf op aparte lade.
Voix célèste 8' Uit VincentIuskerk Amsterdam. Intonatie gewijzigd. Spreekt vanaf cO.
Flûte oct. 4' Uit Vincentiuskerk Amsterdam. Intonatie gewijzigd.
Flute 2' Uit Vincentiuskerk Amsterdam. Intonatie gewijzigd.
Viole 4 Uit een Viola di Gamba 8' van Maarschalkerweerd (Qverschie 1870?). Intonatie aangepast. Pijpwerk discant aangevuld door Gerard Mulder.
Carillon Een mixtuurstok is gereserveerd voor een meervoudige vulstem en enig pijpwerk is in depot. De definitieve keuze voor de samenstelling is afhankelijk van de ervaringen met het Récit,
Trompette 8’ Uitgevoerd met franse kelen. Zo goed als nieuw, heeft korte tijd in de vrijgemaakt geref. kerk te Rijnsburg gestaan. Intonatie aangepast.
Basson-hautbois Uit geref. kerk te Bennekom. Tongen en kelen schoongemaakt en waar nodig gevlakt. Voetopeningen hersteld. Fis-3 en g-3 aangevuld. Intonatie aangepast.
Clarinette 8' Eng cylindrisch tongwerk van onbekende makelij, afkomstig uit Göteborg. Stevels van tin en bekers van koper. Opnieuw geïntoneerd.
Pedaal  
Bourdon 16 Transmissie van de Bourdon 16' van Récit.
Subbas 16 Uit 1922. Ongewijzigd.
Octaaf 8' C t/m fis in front, uit 1959. Ongewijzigd.
Gedekt 8' Uit 1959/1922: twaialf Metalen pijpen uit 1959, G t/m f combinatie net de Subbas. Ongewijzigd.
Octaaf 4' In 1959 gemaakt uit de Octaafbas 8' van 1922, Intonatie gecorrigeerd.
Bazuin 16' In 1959 als Fagot 16' gemaakt uit de Tuba 8' van 1922. In het groot octaaf zinken bekers van halve lengte, met houten stevels. Van c0-f1 nieuwe bekers en orgelmetalen stevels In plaats van de oude zinken stevels. In 1984 onbevredigende intonatiecorrectie. In 1990 zijn alle bekers op hun juiste plaats en lengte gebracht waarbij ter aanvulling enkele zinken bekers zijn gebruikt. De tongbuiging is grondig herzien en lekke houten stevels zijn gerepareerd. De klank is nu een volle bazuintoon.


Koppels: I/II, I/III/ II/III, I/III 4', I/III 16', Ped./I, Ped./II, Ped./III en Ped./III 4*.
Daarbij de gebruikelijke vaste combinaties en één vrije combinatie. Op Manuaal II en III een tremulant.
Het front ls in 1990 gespoten met Oyster-silver lak en de labia zijn verguld.


Foto: Danny Koschinski (02)

Bronvermelding:

  1. Brochure "Gereformeerd Pernis en het orgel" november 1990
  2. www: Orgeldatabase Piet Bron
  3. www: http://reliwiki.nl/index.php?title=Pernis,_Pastoriedijk_340_-_Eben_Haezer



Foto: Danny Koschinski (02)
Foto: Danny Koschinski