1951 Leeuwarden Café Central in de Lombartsteeg van  Jean Pierre Houbein (.... -01-01-1964)

1951:
Installatie van het instrument door Standaart


Bericht uit de Leeuwarder Courant 15-12-1951

1951:
Installatie door Standaart (Artikel uit Leeuwarder courant 18-12-1951)


Leeuwarder courant 18-12-1951 Klik op de afbeelding voor een vergroting




Leeuwarder courant 13-05-1952.jpg

1952:
Uitbreiding van het orgel tot 3 manualen en 97 registers


Bericht uit: Leeuwarder courant 23-09-1952


1965-1983: Taco Tiemersma (organist van de Pniëlkerk in Huizum) neemt het instrument over en bouwt het langzamerhand in vele jaren op in zijn huis.


Brief Taco Tiemersma aan Jan Slingerland d.d. 4-2-1982 (01)

Onderstaand een artikel in de leeuwarder Courant d.d. 28-10-1983

Cinema-orgel van JeanPierre Houbein herrees in huis van Taco Tiemersma LCetera Vrijdagse bijlage Leeuwarder Courant 28 oktober 1983
„Maandagmorgen kwam de monteur en vrijdagavond ging hij weer naar huis. Hij was de hele week bij ons, hij was gewoon in dekost. Dat heeft een half jaar geduurd.
We hebben al die tijd vreselijk in de rommel gezeten - trouwens, de zaak heeft hier jaren op zijn kop gestaan. Daar waren we aan gewend op den duur. Maar nu is alles uiteindelijk zoals we het hebben wilden, een droomwens is in vervulling gegaan. Een eigen cinemaorgel - en wat voor een!" Aan het woord čn aan de wijdse speeltafel Taco Tiemersma uit Leeuwarden, begaafd en geestdriftig organist, fervent liefhebber van pijporgels, adept van de cinema-orgels, nu eigenaar van het mooie instrument waarop eens de bekende en populaire Leeuwarder barhouder Jean Pierre Houbein in de vijftiger jaren zijn gasten liet horen welke klanken je met zo'n muziekkanon de wereld in kan toveren.
In de jaren tussen 1923 en 1959 was het begrip bioscooporgel bij vrijwel iedereen, die ooit een voet had gezet in een der grote filmtheaters van ons land, voldoende bekend.
Een laat bezoek aan de bioscoop betekende een compleet avondje-uit. De voorstelling werd ingeleid door de huisorganist, die vaak ook zorgde voor de pauzemuziek of de begeleiding van de artiesten, die in die pauze optraden.
Naar schatting waren er in die periode 24 theaters welke over deze outillage beschikten. Maar allengs werd hun exploitatie te duur. De grote zalen werden om economiscne redenen verkaveld, de orgels verdwenen.
Ze gingen in andere handen over of ze zijn naar de sloper verwezen. Amsterdam telt er nog twee: in City en Tuschinski en in Schiedam staat er één in de Passage.
Het wereldje van de trotse cinema- orgels is benauwend klein.
Het eertijds befaamde VARA-orgel en het vier-klaviers orgel van de Asta-bioscoop in Den Haag worden momenteel elders in het land herbouwd,. Drie orgels van dit type zijn in particuliere handen: dr. Van Ooyen te Lunteren bezit het orgel, dat eens in het Haagse Passage-theater stond, de familie Slingerland in Prinsenbeek-Breda is eigenaar van het orgel uit de Cinema Parisien uit Eindhoven en Taco Tiemersma is nummer drie. Opgemerkt zij echter, dat Leeuwarden - als enige stad naast Amsterdam - nog een tweede schitterend cinema-orgel herbergt, namelijk dat van de kapel Pniël. Daarvan is Taco Tiemersma al heel lang de vaste bespeler.

HOOFDCORRESPONDENT
Als hoofd-exportcorrespondent van de Lijempt vindt hij zijn dagelijks werk bij decorrespondentietafel waar hij in eigen taal en in het Frans, Duits, Engels en Spaans het contact met de zakelijke relaties van het bedrijf onderhoudt. In de vrije uren - hoe spaarzaam vaak - zet hij zich aan de toetsen, knoppen en pedalen van de speeltafel.
De heer Tiemersma, nu 47 jaar, stamt uit een muzikale familie, die zich vooral op het orgelspel toelegde. Zijn vader was dertig jaar lang organist in Pniël, diens vader was organist in Deinum. Taco was nog een pril ventje toen hij begon met pianolessen bij mejuffrouw S. Wassenaar uit deWillem Lodewijkstraat.
Aangezien hij van meet af aan geboeid was door de klanken en mogelijkheden van het theaterorgel en een grote bewonderaar was van Pierre Palla, was het geen wonder, dat hij op 16-jarige leeftijd onder de hoede van de Leeuwarder organist Piet Post kwam bij wie hij ruim twintig jaar geleden zijn studie afrondde. Hij herinnert zich nog heel wel, dat Piet bepaald niet zo'n aanhanger van het cinema-orgel was als hijzelf. „Daarover zijn we van mening blijven verschillen".Wat dat betreft lagen de zaken anders bij van de Rooy, destijds organist van het Amsterdams City Theater. die Taco de fijne kneepjes van het cinema-orgel heeft bijgebracht.
"Van hem heb ik daarvan ontzettend veel geleerd", zegt Taco, die regelmatig nog in dit theater te vinden is.

NOOIT EEN STORING
Hij was nog Jong toen hij waardig werd bevonden om het uitmuntende cinema-theaterorgel in Pniël onder zijn beheer te nemen.
Dit instrument is een der vele kwaliteitsproducten van de, inmiddels opgeheven, orgelfabriek van Standaart uit Schiedam en staat deze maand precies vijftig iaar in het Huizumer kerkgebouw.
„En nóóit een storing", vertelt Taco enthousiast. „Je moet het natuurlijk zijn onderhoud geven, het moet op gezette tijden worden gestemd maar dat is logisch. Echte mankementen hebben zich geen enkele maal voorgedaan. Dat zegt toch wel wat. Ik begeleid elke zondag de diensten en af en toe geef ik er een concert op. Vrij regelmatig komen er ook gastspelers.
Pas nog een Deen. Ik had nooit van die man gehoord maar hij wel van ons orgel in Pniël en dat moest hij zien en horen.
En Arnold Loxam uit Leeds is hier nog niet zo lang geleden ook geweest. Engeland is nog altijd het grote land van de pijp-cinema-orgels en hij is een van de bekendste BBC-organisten. Nadat hij van alles bekeken had heeft hij een hele tijd zitten spelen en daarna zei hij dat het naar zijn mening een van de best geconserveerde theaterorgels van Europa is. De liefhebbers in ons land weten ook wel wat we hier hebben. Ik krijg heel wat telefoontjes van mensen, die graag voor een bespeling willen komen. En dat doen we dan ook regelmatig.
Maar ik geloof, dat de mensen in Leeuwarden er over het algemeen geen weet van hebben. Ik ben bang dat de meesten er zelfs nooit van hebben gehoord. Terwijl de meeste musici op de een of andere manier wel in staat zijn om hun instrument naar de plaats van de uitvoering hunner werken mee te nemen is dit voordeel de bespeler van een pijporgel ontzegd. Hij moet reizen en trekken om de concertplaats op te zoeken.
Taco doet dat ook. Het echtpaar Tiemersma is een trouw bezoeker van Groot-Brittannië en tijdens de vacanties daar heeft de heer Tiemersma al veel grote theaterorgels in deze met die instrumenten rijk gezegende contreien bespeeld. In de kring der Britse orgelvrienden is hij zeker geen onbekende, getuige ook de laatste aflevering van „Cinema Organ", orgaan van de„Cinema Organ Society" waarin we twee foto's van de Leeuwarder gast aantreffen tijdens zijn uitvoeringen aan het fameuze Compton-orgel in het ABC-Theater te Plymouth en het theaterorgel in de Reformed Church van de plaats Beer. En dat waren toen nog maar twee visites in een lange rij!
Wat iedere muzikant op dit terrein als het grootste ideaal zal beschouwen is een eigen orgel van formaat thuis. Zeer weinigen is dit gelukbeschoren. Taco Tiemersma kreeg het voor elkaar.
Er was namelijk in Leeuwarden een piiporgelmusicus, die er in geslaagd was zijn instrument onder eigen dak te installeren: Jean Pierre Houbein, barhouder in deLombardsteeg. Hij heette officieel Jan maar dat zei niemand.
Voor Leeuwarden was hij Jean Pierre, zijn artiestennaam, een aimabel en origineel man, die, niet zonder financiële problemen overigens, in het prille begin der vijftiger jaren bij Standaart een theaterorgel van Klasse aanschafte en dat in zijn etablissement liet inbouwen.
De speeltafel stond opgesteld in de zaak, beneden, de pijpen en aanverwante attributen namen een deel van de bovenverdieping in beslag. De motor stond in de keuken (bij de Tiemersma's ook!). Dancing-Houbein leverde voortaan levende muziek door de baas zelf. Het was een succes, zij het tijdelijk. Maandagavond ging de deur van de zaak dicht en speelde Houbein speciaal voor de ware liefhebbers van het cinemaorgel.
Ook dat trok steeds veel belangstelling van een zeer gemęleerd publiek maar mevrouw G. Houbein-de Vos herinnert zich ook, dat aan de andere kant de kassa in die uurtjes net zo stil was als het orgel luidruchtig. „En van de kassa moesten we het toch hebben, niet?"
De Rock 'n Roll-rage, die in deze periode de kop opstak betekende een verminderde belangstelling voor Houbeins orgel. Mevrouw Houbein: „De jongelui wilden dat na een poos niet meer. Zeiden ze: we gaan toch niet naar de kerk? Toen heeft mijn man, ik denk dat het in 1956 is geweest een electronisch orgel gekoch. Dat trok wel de aandacht. Hij kon er overal mee naar toe en heeft er heel wat feestavonden mee begeleid."

VERHUIZING
De Houbeins en Taco kenden elkaar goed. Af en toe - op zaterdagse uurtjes - kwam de jonge Tiemersma vragen of hij weer even op het orgel mocht spelen.
Dat werd altijd goed gevonden. Houbein had in Taco de ware kunstbroeder herkend en toen de dancinghouder - wiens gezondheid al lang te wensen overliet - in het ziekenhuis belandde, waar hij op Nieuwjaarsdag 1964 stierf - bezocht Taco hem regelmatig. Bij een van die bezoeken zei Jean Pierre: „Taco, als ik er niet meer ben moet jij het orgel hebben..." En dat is gebeurd.
In 1965 werd de koop gesloten.
De Tiemersma's moesten dientengevolge verhuizen, want in de woning, die zij toen hadden zou het orgel nooit gepast hebben. Na lang zoeken betrokken zij in '67 een vrijstaand huis in de Raadhuisstraat, dat daarna het toneel werd van de operatie-orgel. Taco smaakt het geluk een charmante echtgenote te hebben, die voor het orgel geen zee te hoog gaat, en jarenlang een gematigde chaos op haar domein moedig het hoofd bood.
Afgezien van indrukwekkende kosten bracht de installatieom te beginnen al mee, dat zij de bij de nieuwe woning behorende leuke tuin opgeofferd zag aan een uitbouw van de woonkamer van vier bij vier meter. Hier kwam de pijpenkamer.
Aangezien de uitbreiding van beton was moest dit materiaal eerst drie jaar drogen voor tot de installatie van de pijpen kon worden overgegaan. Al die tijd werd het huis ten dele gebruikt als opslagruimte voor de orgelmaterialen. Wat erg omvangrijk was, werd gestald bij een verhuisbedrijf in de stad en in een verstoken hoek van het Pniël-gebouw.
Pas in 1972 kon definitief met de opbouw van het lijvige instrument worden begonnen. In de toen volgende jaren voltrok zich dit proces evenwel zonder voortdurende regelmaat want Houbeins vroegere bezit was te lang in onbruik geweest, en vertoonde nogal wat mankementen. Sommige konden door de vaste man van Standaart vrij snel worden verholpen, andere vereisten vervangingen.
En aangezien zulke orgels schaars zijn moest men niet zelden langdurig zoeken voor de geschikte attributen of onderdelen daarvan op de kop konden worden getikt. Enkele belandden uit verre Europese uithoeken in de Raadhuisstraat waar Tiemersma's orgel als de kannibaal fungeert, die doorleeft dank zij stukken van afgedankte collega's.

KABELTREKKEN
Het electrisch deel van het orgel (er zitten duizenden meters kabel in) werd verzorgd door de firma Kaat en Thijhuis uit Kampen.
Bij het kabeltrekken diende de huiskamer als werkplaats. „We leefden in die tijd in de keuken", zegt mevrouw Tiemersma. „Ergens anders kon niet." Maar het kwam klaar. Na vele jaren plussen, minnen en werk.
Het orgel was bepaald niet meer een getrouwe copie van het orgel, dat eens bij Houbein stond. Het is met tal van hulpmiddelen uitgebreid en stelt de bespeler tot veel meer in staat dan oorspronkelijk mogelijk was.
De vraag wat er dan wel allemaal in zit steltTaco voor problemen want er is zoveel. „Bijvoorbeeld een tibia. Dat is een pijpenrij, die de basis vormt van elk cinema- orgel. Er zat wel zoiets op maar dat was een Open Fluit en geen Tibia. Verder twee nieuwe pijpenrijen, gamba en celeste - die komen uit een oud Duits UFA-theater.
Er is een xylophoon, een echte accordeon, een celesta, een Klokkenspiel, er zijn chimes, kerkklokken, een tamboerijn is er en het heeft castagnetten, een kleine en grote trom, een roffel en een timpany. Er zit een heel mooie vox humana op, ook kan ik de pistons laten horen, een stoombootfluit, een sirene, een gong, een politiefluit, roffels en een vogeltje.
Bijna een werkelijk vogeltje het is een gestemd pijpje in een koperen bakje met water".
Met een stralende glimlach zet hij zich aan de speeltafel waarboven de rijen handles en knopjes zich gul als op een vliegtuigdashboard uitstallen. De gordijnen voor hem splijten. De lichtgekleurde, houten zweldeuren tonen zich, muziek vult de kamer - van ijl pianissimo tot dreunend fortissimo, een evergreen van Vera Lynn gaat over in Oosterse klanken, een stukje fuga volgt, een mars, een psalm, een walsje - zwaar klassiek smelt weg in de laatste straatdeun, een fox-trot maakt plaats voor een brok Susa, en Taco, met ongetemd enthousiasme en een bewonderenswaardige energie legt hij uit wat hij doet, wat er gebeurt, hoe het geschiedt en waar we op moeten letten.
Hij speelt met hoofd, handen en voeten en doet vergeten, dat o, dierbare herinnering - we niet luisteren naar Louis Zagwijn in de Rotterdamse Luxor maar naar Taco Tiemersma in de Leeuwarder Raadhuisstraat. „Maar we zijn er nog niet helemaal", zegt Taco na een kwartiertje muzikale verrukking „Er komt nog een vleugel bij. We zitten alleen nog met de vraag of die pneumatisch gekoppeld wordt of electro-magnetisch.
Als dat er bij is is alles compleet. Dan ga ik af en toe ook hier concerten geven."

Dispositie: (het laatste exemplaar, gebouwd door Standaart).
Hoofdklavier Concertfluit 16, Tibia Clausa 16, Vox Humana 16 . Trompet 16 , Fluit 8, Tibia 8 , Violine 8 , Celeste 8 , Diapason 8 , Trompet 8, Vox Humana 8, Stopped Trumpet 4 , Fluit 4 , Tibia 4 , Gamba 4 , Celeste 4 , Octave 4 , Quintfluit 2 2/3 , Tibia 2 2/3 , Piccoli 2 . Fluit 2 , Terts 1 3/5 , Septieme 11/7 , Subkoppel, Superkoppel, Piano 16 , Piano 8 Piano 4 , Piano 2 , Piano 2 2/3 ', Celesta, Glockenspiel. Xylophone. Accordeon, Octavekoppel.
Onderklavier Bourdon 16, Cello 16 . Diapason 8. Tibia 8 , Gamba 8 , Celeste, Vox Humana 8 .Fluit 8 , Stopned Trumpet 8 , Gambette 4 , Celeste 4 , Octave 4 ', Fluit 4 , Tibia 4 , Quint 2 2/3', Piccolo 2, Snare Drum, Tor- n Crash Cymbal, Sleighbells, Tamboerijn, Chinese Blocks, Castagnets, Xylophone. Piano 8 , Piano 1.
Soloklavier: Concertfluit 16', Vox Humana 8 , Tibia 8 , Violine 8 , Trompet 8, Fluit 8 ,Trompet 4 , Tibia 4 .Fluit 4 , Tibia 2 2/3, Fluit 2 2/3, Piccolo 2, Terts 1 3/5, Septieme 1 1/7, Kerkklokken, Glockenspiel.
Pedaal: Subbasse 16', Trombone 16, Bourdon 8 , Cello 8 , Fluit 8, Trombone 8', Diapason 8', Fluit 4 , superkoppel, koppel 1- pedaal, koppel 2-pedaal, Grote Trom, Cymbal, Crash Cymbal, Keteltrom. Bekkens, Tympani, Bassdrum Roll.

Speelhulpen: Tremelo 1 (Tibia), Tremolo2 (Vox, Diapason, Fluit), Tremelo 3 (Strimgs trompet), zwelpedaal, 12 zweldeuren, General Crescendopedaal, Sforzando-pedaal, tien voetpistons (boven de pedalen): drietonige stoombootfluit,
politiefluit-sirene, Chinese gong. Vogeltje, Drums (roffels, Grote Trom, Automatic).
triangel, Sustainpiston, Tremolo's uit/aan-kerkorgel. De pedaaltrombone is in voorbereiding en de Pianosustains I en II zullen nog worden aangesloten.


Leeuwarder courant 28-10-1983  Klik op de afbeelding voor een vergroting



Bronvermelding:

  1. E-Mail Kees Bimmel d.d. 7 juni 2016 met gegevens vanuit de nalatenschap van Jan Slingerland.