1926 Amsterdam Vrije Religieuze Tempel


Amsterdam Vrij Religieuze tempel Haagsche Courant 1-6-1923 (01)

1926: Nieuw orgel door Standaart


Delftsche Courant 8-9-1926 (01)


Algemeen Handelsblad 22-10-1926


De tempel;  jrg 4, 1926, no 11, tijdschrift gewijd aan vrij religieuse stroomingen-vrijzinnige godsdienst, oostersche- en westersche religie, .....................
Klik op de afbeeldingen voor een vergroting

Tekst op bovenstaande pagina's:
HET REIN-PNEUMATISCHE KERKORGEL VOOR HET NIEUWE GEBOUW VAN “DE VRIJ RELIGIEUSE TEMPEL “AAN HET DANIËL WILLINKPLEIN TE AMSTERDAM
Eenigen tijd geleden had ik het groote voorrecht een kijkje te mogen nemen in de welbekende electrische kerkorgelfabriek A. Standaart, te Schiedam.
Deze fabriek bouwt het orgel, dat 1 October a.s. geplaatst wordt in het nieuwe gebouw van de Vrij Religieuse Tempel. Daniël Willink-plein, Amsterdam.
De buitengewoon voorkomende wijze waarmede ik ontvangen werd door den heer directeur A. Standaart, maakte het mij tot een groot genoegen deze interessante fabriek te bezichtigen, en zoodoende kennis te maken met orgels van dezelfde constructie als dat. wat in de zaal van de Tempel zal worden geplaatst.
Gaarne voldoe ik dus aan het verzoek om een gedetailleerde omschrijving te geven van het nieuwe kerkorgel, dat in Amsterdam het eerste instrument zal zijn, volgens het Rein-pneumatische Kegelsysteem gebouwd.
Het orgel bezit twee manualen en pedaal en is voorzien van de modernste technische samenstellingen, en wordt vervaardigd volgens het Rein- pneumatische Kegelsysteem. met toepassing van een speciale tegenwicht-methode. waardoor alle veertjes, scharniertjes en verdere teedere deeltjes overbodig zijn geworden.
De windladen worden uit eerste soort kurkdroog Slavonisch eikenhout vervaardigd, met ruime register-cancellen van rechtdradig Archangel grenen.
De speeltafel, de electrisch-pneumatische centrale van het orgel, wordt van massief Slavonisch eiken gebouwd en zoodanig ingericht, dat het geheel als een schrijfbureau, stofdicht. over kla-vieren en registers heen. te sluiten is.
De registers worden uit massief elfeniet gesneden en. als drukkers, vlak boven de klavier toetsen aangebracht.
De twee manualen bestaan uit 56 toetsen, (C-g3) en het tweede manuaal wordt uitgebouwd tot g4
In de voorlijst van het onderklavier wordt een compleet stel combinatieknoppen gemonteerd, waarmede het mogelijk is zelfs onder het spelen, plotselinge veranderingen in de geluidsterkte aan te brengen.
Door een vernuftig apparaat lossen deze knoppen elkander af, zoodat. met één lichten vinger-druk, iedere gewenschte registercombinatie kan worden ingeschakeld.
Gelijkertijd worden automatisch de handregisters buiten werking gesteld, zoodat deze weder voor een andere klankkleur kunnen worden gereed gezet.
Tevens zijn combinatieknoppen aanwezig voor Piano, Mezzo Forto, Forto, Fortissimo, Tutti en Aflosser.
Het pedaal bestaat uit 30 toetsen (C—f) en de z.g. “zwarte” toetsen worden in straalvorm aan-gebracht.
Het metalen pijpwerk wordt, in verband met acoustiek en inhoud van de Tempelzaal berekende mensuren genomen.
De houten pijpen worden, naar het vereischte klanktimbre, in Cypressen, Ahorn of Archangel grenen uitgevoerd en van Slavonisch eiken spraakstukken en stoppen voorzien.
Aan de intonatie wordt de uiterste zorg besteed.
De benoodigde wind wordt door een drieledig windtoestel, van ruim berekende capaciteit, bestaande uit groote reservoir- of magazijnbalg en twee aanvoer- of voedingsbalgen, aangevoerd.
Het geheele orgel wordt besloten in een kast, volgens gemaakt ontwerp van zacht hout.
Elk manuaal, evenals de pedaal, is voorzien van een zwelwerk, terwijl zich aan de voorzijde van het orgel de met stalen stift op glansplaat draaiende jalouziën bevinden, welke met dik vilt bekleed zijn.
Van uit de speeltafel zijn deze jalouziën door een bascule-trede met den voet te openen of te sluiten, waardoor het geluid tot een. als uit de verte ruischend pianissimo getemperd en weder op normale sterkte teruggebracht kan worden.
Het automatisch pedaal bestaat uit een vernuftig mechanisme, hetwelk bij bespeling van het bovenklavier het geluid van het pedaal automatisch in overeenstemming brengt.
Bij bespeling van het hoofdmanuaal schakelt oogenblikkelijk weder de sterke pedaalbezetting in.
Een zeer practische uitvinding is het Centraal Crescendo, waarmede door een bascule-trede de registers in volgorde kunnen worden in werking gesteld.
De speeltafel is door middel van een langen kabel met het orgel verbonden, zoodat de speeltafel op elke plaats naar believen kan worden opgesteld.
Elk manuaal is voorzien van een tremulant en de windmachine met aangekoppelde dynamo van 10 Volt 10 Ampère werkt geheel automatisch en geruischloos.
Tevens is de aanwijzing van de generaal- crescendo te constateeren op wijzerplaat.
Aan het einde gekomen van deze omschrijving, spreek ik de hoop uit met mijne bescheiden krachten, een klein overzicht betreffende den bouw en inrichting van dit mooie orgel gegeven te hebben,
en is het mijne hartelijke wensch. dat dit zelfde orgel, door zijn wonderschoon geluid, zal spreken tot alle harten en zielen, om de Vrij Religieuse Tempel een grootsche plaats te laten innemen ter bevordering van
daadwerkelijke broederschap, zonder onderscheid van ras. nationaliteit. geslacht, godsdienst of maatschappelijken stand.

De dispositie van het orgel is als volgt:

Hoofdmanuaal.
1. Bourdon 16* 56 pijpen
2. Prestant 8’ 56 pijpen
3. Concertfluit 8’ 56 pijpen
4. Salicionaal 8’ 56 pijpen
5. Octaaf 4' 56 pijpen
6. Engelsche Hoorn 8 ’ 56 pijpen
7. Tremulant

Positief.
8. Viola di Gamba 8' 68 pijpen
9. Voix Celeste 8’ 56 pijpen
10. Flute Travers 8' 68 pijpen
11. Roerfluit 4* 68 pijpen
12. Cor de Nuit 2* 68 pijpen
13. Voix Humaine 8' 68 pijpen
14. Cathedraal Klokken.
15. Harp Celeste.
16. Tremulant

Pedaal.
17. Subbas 16'
18. Cello 8’

Koppelingen
19.Manuaal-Positief
20. Pedaal-Manuaal.
21. Pedaal-Positief.
22. Super-Manuaal.
23. Sub Manuaal-Positief.
24. Reserve Manuaal.
25. Reserve Positief.
26. Reserve Pedaal.

JAN VAN DUINEN.
Organist van de Vrij Religieuse Tempel.


Bronvermelding:

  1. E-Mail Kees Bimmel juni 2016 met gegevens vanuit de nalatenschap van Jan Slingerland.